Door verkoop van corporatiewoningen neemt het aantal gemengde complexen met huurders en kopers in snel tempo toe. Op een expertmeeting van Urbannerdam in 2005 kwam naar voren dat huurders zich door de indirecte vertegenwoordiging in de VvE (via de woningcorporatie) vaak buiten spel gezet voelen, waar het voor hen om belangrijke besluiten gaat.
Aan de andere kant verwijten de kopers hen dat zij geen verantwoordelijkheid nemen voor het leefklimaat nemen en een ‘’huurdersmentaliteit’’ hebben. Niet overal ligt het even scherp, maar tegenstellingen zijn potentieel overal aanwezig. Gemengde complexen worden ervaren als een soort instabiele overgangssituatie, terwijl ze nog vele jaren zullen blijven bestaan, zeker als de corporatie er voor kiest de meerderheid in een VvE te willen behouden.
Op verschillende plaatsen wordt nagedacht over modellen die huurders en kopers meer in een gelijke positie plaatsen daar waar het gemeenschappelijke belangen betreft. Deze participatiemodellen kunnen echter niet de formeel-juridische besluitvorming in de VvE buiten werking stellen, waardoor de modellen nogal complex dreigen te worden. Daarbij is ook de positie van de woningcorporatie een ingewikkelde als risicodragend mede-eigenaar en vaak ook nog als beheerder en administrateur van de VvE.
Ten behoeve van de leefbaarheid van deze complexen en het bevorderen van bewonersparticipatie (huurders en kopers) is het van belang te erkennen dat een gemengd complex niet hetzelfde is als een ongemengd complex en dat een ander participatiemodel noodzakelijk is. Aan de andere kant zien we ook dat (net als bij kopers) niet alle huurders interesse hebben in de VvE-structuur en dan ook geen gebruik maken van participatiemogelijkheden of eventueel stemrecht.
Urbannerdam heeft inmiddels voor diverse corporaties en huurdersraden workshops georganiseerd en trajecten begeleid om te komen tot een passend beheermodel. Er spelen veel variabelen een rol, waaronder de bestaande participatiestructuur en het huidig beheermodel van de gemengde complexen. Er is dan ook geen blauwdruk is voor het ideale beheermodel. Om te komen tot een gezamenlijk gedragen beheerstructuur waar ook de huurder(svertegenwoordiging) zich achter schaart, is het van belang gezamenlijk de ideeën en wensen, randvoorwaarden en uitgangspunten te formuleren. Uiteindelijk leidt een dergelijk traject tot vernieuwende inzichten en participatievormen.
![]() |
contactir. Heleen Zwebee-mail010 280 64 25 |